Overgangsrecht en toepassing in de praktijk

Overgangsrecht

 

De regelgeving onder de WWZ blijft van toepassing op de beëindiging van arbeidsovereenkomsten in 2020 of later in de volgende gevallen:

  • de UWV-procedure is gestart vóór 1 januari 2020;
  • de ontslagprocedure bij de kantonrechter is gestart vóór 1 januari 2020;
  • de arbeidsovereenkomst is vóór 1 januari 2020 opgezegd;
  • de werknemer heeft vóór 1 januari 2020 ingestemd met het ontslag.

 

Als sprake is van een procedure in eerste aanleg die gestart is vóór 1 januari 2020, blijft de regeling onder de WWZ ook van toepassing in een eventueel hoger beroep.

 

Betekenis voor praktijk

 

De wijziging van de wettelijke regelingen van de transitievergoeding heeft een aantal belangrijke praktische gevolgen. Denk bijvoorbeeld aan de volgende situaties:

  • Een werknemer heeft meteen na de aanvang van het dienstverband recht op een transitievergoeding, dus ook als hij wordt ontslagen in zijn proeftijd of als een jaarcontract niet wordt verlengd.
  • De berekeningswijze van de transitievergoeding wijzigt, waardoor de verschuldigde transitievergoeding op basis van het nieuwe recht in de meeste gevallen zal afwijken van de vergoeding op basis van de WWZ.
  • Werkgevers moeten er rekening mee houden dat bij arbeidsovereenkomsten die nu worden aangegaan en die zullen eindigen op of na 1 januari 2020, een transitievergoeding verschuldigd zal zijn als op initiatief van de werkgever geen verlenging plaatsvindt.
  • Werkgevers kunnen het UWV verzoeken om compensatie van de transitievergoeding bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid. Deze compensatie is mogelijk bij een ziekteperiode van tenminste 2 jaar.

 

Voorbeelden

 

Voorbeeld 1 – Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met startdatum vóór 1 januari 2020

 

De werknemer is per 1 november 2019 in dienst getreden bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor de bepaalde tijd van 1 jaar. De arbeidsovereenkomst wordt niet verlengd door de werkgever.

Op het moment van indiensttreding geldt het recht onder de WWZ nog. Het einde van de arbeidsovereenkomst is echter op of na 1 januari 2020, dus de nieuwe regels omtrent de transitievergoeding zijn van toepassing. De werknemer heeft na 1 jaar dienstverband recht op een transitievergoeding ter hoogte van 1/3 maandsalaris.

 

Voorbeeld 2 – UWV-procedure gestart vóór 1 januari 2020

 

Een werkgever dient op 1 december 2019 een ontslagaanvraag in bij het UWV voor een van haar werknemers. Het UWV verleent op 31 januari 2020 toestemming aan de werkgever om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Op grond van het overgangsrecht is op deze situatie de berekeningswijze van de transitievergoeding onder de WWZ van toepassing; de ontslagaanvraag is immers ingediend vóór 1 januari 2020.

 

Voorbeeld 3 – Rekenvoorbeeld vergoeding onder de WWZ en onder de Wab

 

Een werknemer van 45 jaar oud wordt ontslagen na een dienstverband van 15 jaar. Zijn brutosalaris bedraagt € 3.000 per maand. Daarnaast ontvangt hij 8% vakantiegeld en een gemiddelde maandelijkse bonus van € 250. In totaal komt dit neer op een maandsalaris van € 3.490 bruto.

 

Op grond van de WWZ wordt de transitievergoeding als volgt berekend. Over de eerste 10 jaar van het dienstverband heeft de werknemer recht op 1/6 maandsalaris per 6 maanden, over de resterende duur van het dienstverband heeft hij recht op een bedrag van 1/4 maandsalaris per 6 maanden:

 

(20 x (1/6 x 3.490) = 11.633,33) + (10 x (1/4 x 3.490) = 8.725) = € 20.358,33

 

Op grond van de Wab heeft de werknemer over het gehele dienstverband recht op een vergoeding van 1/6 maandsalaris per 6 maanden:

 

30 x (1/6 x 3.490) = € 17.450