Ketenregeling onder de Wab

Regelgeving onder de Wab

 

Met de inwerkingtreding van de Wab wordt de ketenregeling van artikel 7:668a van het BW aangepast in die zin dat de totale duur van elkaar opvolgende contracten van 2 jaar wordt verruimd naar 3 jaar. Het aantal arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd dat kan worden aangegaan voordat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat blijft ongewijzigd, namelijk 3. Ook de tussenperiode van 6 maanden wijzigt niet.

 

Daarnaast wordt de mogelijkheid uitgebreid om voor bepaalde functies bij cao af te wijken van de tussenperiode van 6 maanden, waarbinnen arbeidsovereenkomsten worden geacht elkaar op te volgen, door deze periode te verkorten tot minimaal 3 maanden. Onder de WWZ is dit al mogelijk voor functies die als gevolg van klimatologische of natuurlijke omstandigheden gedurende een periode van ten hoogste 9 maanden per jaar kunnen worden uitgevoerd en niet aansluitend door dezelfde werknemer kunnen worden uitgevoerd gedurende een periode van meer dan 9 maanden per jaar. Het gaat bij deze afwijkingsmogelijkheid vooral om seizoenswerk, bijvoorbeeld in de landbouw.

 

Ruimere afwijkingsmogelijkheid

Onder de Wab wordt deze regeling breder getrokken dan alleen als gevolg van klimatologische of natuurlijke omstandigheden. Onder de Wab kan zowel bij cao als bij regeling van een daartoe bevoegd bestuursorgaan de periode van tussenpozen worden verkort naar minimaal 3 maanden voor functies die gedurende een periode van ten hoogste 9 maanden per jaar kunnen worden uitgeoefend en niet aansluitend door dezelfde werknemer kunnen worden uitgeoefend gedurende een periode van meer dan 9 maanden per jaar. De wetgever laat het hiermee aan de cao-partijen en het bevoegde bestuursorgaan om maatwerk te leveren voor specifieke branches. Als voorbeeld geeft de wetgever bepaalde functies in de culturele sector, zoals theaterproducties, of trainers van sportscholen die een bepaald deel van het jaar gesloten zijn, maar ook voor seizoensgebonden werk blijft het dus mogelijk om afwijkende afspraken te maken.

 

Ten slotte wordt aan artikel 7:668a BW toegevoegd dat de ketenregeling niet van toepassing is op de situatie waarin een docent van een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs, of van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs in dienst is getreden in verband met de vervanging van een zieke docent.

 

Geen overgangsrecht

 

De wetgever heeft voor de ketenregeling geen overgangsrecht opgesteld. Dit betekent dat de regels van de Wab vanaf 1 januari 2020 direct in werking treden. Voor iedere arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die eindigt op of na 1 januari 2020, geldt dus de nieuwe termijn van 3 jaar.

 

Als bij cao onder de WWZ is afgeweken ten voordele van de werknemer, blijft deze afwijking gelden.