Hoe bepaal ik als werkgever of ik een hoge of lage WW-premie verschuldigd ben?

Geplaatst op: 30 oktober 2019

Zoals u waarschijnlijk al heeft gelezen, verandert per 1 januari a.s. de WW-premie. Klik hier voor het hoe en waarom van de wijziging en voor handige rekenvoorbeelden.

Wij krijgen veel vragen over hoe u als werkgever straks moet bepalen of u nou een hoge- of lage WW-premie moet betalen voor een werknemer. Hieronder leggen we dat stapsgewijs uit.

 


Stap 1 – Schriftelijke arbeidsovereenkomst?

 

Check altijd eerst of er een schriftelijke arbeidsovereenkomst in het personeelsdossier zit. U maakt alleen kans om voor een lage WW-premie in aanmerking te komen, als er sprake is van een schriftelijke arbeidsovereenkomst. Is die er niet dan betaalt u hoe dan ook een hoge WW-premie. Zorg er voor dat de arbeidsovereenkomsten dus schriftelijk zijn vastgelegd in het personeelsdossier voor 1 januari a.s. Is de arbeidsovereenkomst schriftelijk? Ga naar stap 2.

 

Stap 2 – Uitzonderingsgeval?

 

Als er sprake is van een uitzonderingsgeval, hoeft u niet verder te kijken. In dat geval betaalt u altijd de lage WW-premie. Hiervan kan sprake zijn als:

(a) de arbeidsovereenkomst is gesloten met een werknemer jonger dan 21 jaar die maximaal 48 uur per aangiftetijdvak van 4 weken of 52 uur per aangiftetijdvak van een kalendermaand betaald heeft gekregen. Voor de toets aan de leeftijd van 21 jaar, is de leeftijd van belang die de werknemer had op de eerste dag van het aangiftetijdvak.

Let op: zowel het gemiddelde aantal uur per maand als de leeftijd is van belang. Is de werknemer jonger dan 21 jaar maar werkte hij in een bepaalde maand 55 uur per kalendermaand, dan geldt de uitzondering niet.

(b) de arbeidsovereenkomst is gesloten met een BBL-leerling (beroeps begeleidende leerweg).

 

U bepaalt per maand of sprake is van een uitzondering. Is sprake van een uitzondering, dan betaalt u die maand de lage WW-premie. Is geen sprake van een uitzondering? Ga dan naar stap 3.

 

Stap 3 – Is de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met een vast aantal uren?

 

Dan geldt in beginsel de lage WW-premie.

 

Let op: blijkt aan het eind van het kalenderjaar dat de werknemer 30% meer verloond heeft gekregen dan het vaste aantal contractuele uren (bijvoorbeeld: uren in het contract zijn 18 per week, maar de werknemer heeft gemiddeld 25 uur per week gewerkt en betaald gekregen) dan wordt de lage WW-premie herzien. Dit geldt alleen voor werknemers met een contract met een vast aantal uren van minder dan 35 uur per week.  Mogelijk moet u dan alsnog een hoge WW-premie betalen. Dit noemt men een ‘herziening’ en dit gebeurt achteraf. Om dit te voorkomen is het verstandig om de contractuele uren zoveel mogelijk gelijk te stellen met de feitelijk gewerkte uren. Een herziening kan ook plaatsvinden als de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met een vast aantal uren, binnen twee maanden na aanvang is geëindigd. Let op: de reden voor beëindiging is niet relevant (dus ook als een werknemer zelf opzegt).

Is de arbeidsovereenkomst niet voor onbepaalde tijd aangegaan? Ga naar stap 4!

 

Stap 4 – Is de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangegaan of gaat het om een oproepovereenkomst (bijvoorbeeld 0-urencontract of min-max, al dan niet voor bepaalde of voor onbepaalde tijd)?

 

Dan betaalt u de hoge WW premie (tenzij sprake is van een uitzondering genoemd in stap 2).

 


Op deze manier kunt u bepalen of u een hoge of lage WW-premie verschuldigd bent. Het Ministerie SZW heeft onlangs een kennisdocument gepubliceerd met een Q&A over de veranderende WW-premie. U kunt dit document hier downloaden. Het verschil tussen de hoge en lage WW-premie zal 5% zijn. Wat de exacte premiepercentages worden, dat weten we nog niet. Die worden in november 2019 gepubliceerd. Wij zullen u dan via onze website informeren.